Het verschil tussen food- en feed-certificering zit in het type eindproduct waarvoor de opgeslagen grondstoffen bestemd zijn. Food-certificering geldt voor producten die direct voor menselijke consumptie bedoeld zijn, terwijl feed-certificering van toepassing is op producten die bestemd zijn voor diervoeding. In de praktijk overlappen de twee regelgevingen gedeeltelijk, maar de specifieke normen, controle-instanties en documentatieverplichtingen verschillen wezenlijk. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over food en feed opslag in een logistieke context.
Wat valt er precies onder food- en feed-certificering?
Food-certificering omvat alle normen en regels die van toepassing zijn op de opslag, behandeling en het transport van producten die bestemd zijn voor menselijke consumptie. Feed-certificering richt zich op producten in de diervoederketen. Beide vormen van certificering zijn gebaseerd op Europese wetgeving en vereisen aantoonbaar veilige processen, traceerbaarheid en hygiënebeheersing.
In de praktijk gaat het bij food om certificeringen zoals FSSC22000 of BRC, die gebouwd zijn op de HACCP-principes. Bij feed draait het primair om het GMP+ systeem, dat specifiek is ontwikkeld voor de diervoedersector. Beide systemen vereisen dat een bedrijf risico’s identificeert, beheerst en documenteert, maar de specifieke gevaren, normen en auditprocessen zijn niet identiek.
Belangrijk om te begrijpen is dat de twee certificeringen niet onderling uitwisselbaar zijn. Een bedrijf dat uitsluitend FSSC22000 gecertificeerd is, voldoet daarmee nog niet automatisch aan de eisen voor de opslag van veevoergrondstoffen, en andersom. Voor logistieke dienstverleners die beide productstromen willen bedienen, is het noodzakelijk om beide certificeringen actief te onderhouden.
Welke certificeringen gelden voor foodopslag in een warehouse?
Voor de opslag van voedingsmiddelen in een warehouse zijn FSSC22000 en BRC de meest erkende internationale certificeringen. FSSC22000 is gebaseerd op ISO 22000 en aangevuld met sectorspecifieke vereisten. Beide systemen zijn door de Global Food Safety Initiative (GFSI) erkend en worden wereldwijd door retailers en producenten gevraagd.
Naast deze overkoepelende voedselveiligheidsnormen kunnen aanvullende certificeringen relevant zijn, afhankelijk van het type product:
- SKAL-certificering is verplicht voor de opslag van biologische producten die onder Europese biologische regelgeving vallen.
- AEO-certificering (Authorised Economic Operator) is geen voedselveiligheidsnorm, maar een douanestatus die aantoont dat een bedrijf betrouwbaar en compliant is in de internationale goederenstroom.
- Halal- of koshercertificering kan vereist zijn voor specifieke markten of afnemers.
Voor droge, niet-temperatuurgevoelige voedingsmiddelen zoals granen, zetmeel of suiker is FSSC22000 de meest relevante en gevraagde norm. Het certificaat stelt eisen aan onder andere hygiënemanagement, plaagdierbeheersing, allergenenbeheer en de traceerbaarheid van productstromen door het warehouse.
Wat houdt GMP+ certificering in voor veevoerlogistiek?
GMP+ is een internationaal certificeringssysteem dat specifiek is ontwikkeld voor de diervoedersector. Het staat voor Good Manufacturing Practice en omvat normen voor de veilige productie, opslag en het transport van diervoedergrondstoffen en mengvoeders. GMP+ certificering toont aan dat een bedrijf aantoonbaar veilig veevoer beheert en de keten niet contamineert.
Het GMP+ systeem bestaat uit verschillende modules, waarvan de meest relevante voor logistieke dienstverleners de GMP+ B3 module is. Deze module is specifiek van toepassing op de opslag van voedermiddelen en mengvoeders. De eisen richten zich op:
- Fysieke scheiding van producten die kruisbesmetting kunnen veroorzaken
- Reiniging en desinfectie van opslagruimten en apparatuur
- Traceerbaarheid van partijen via een gedocumenteerd systeem
- Registratie van leveranciers en afnemers in de GMP+ keten
- Monitoring op ongewenste stoffen zoals mycotoxines of zware metalen
Een cruciaal onderdeel van GMP+ is het zogenaamde ketenconcept: alle schakels in de voederketen moeten GMP+ gecertificeerd zijn of anderszins aantoonbaar veilig werken. Als een logistieke dienstverlener niet GMP+ gecertificeerd is, kunnen gecertificeerde klanten in de diervoedersector hem niet inschakelen zonder hun eigen certificering in gevaar te brengen.
Mag je food en feed samen opslaan in één warehouse?
Food en feed mogen in principe in hetzelfde warehouse worden opgeslagen, maar alleen onder strikte voorwaarden. De kerneis is dat kruisbesmetting tussen de twee productstromen aantoonbaar wordt voorkomen. Dit vereist fysieke of procedurele scheiding, heldere documentatie en een gevalideerd reinigingsprotocol tussen productstromen.
In de praktijk betekent dit dat een warehouse dat beide productcategorieën wil bedienen aan de volgende voorwaarden moet voldoen:
- Gescheiden opslagzones of aantoonbare tijdelijke scheiding met gedocumenteerde reiniging ertussen
- Een risicoanalyse die specifiek ingaat op de combinatie van food- en feedproducten in dezelfde ruimte
- Gecertificeerde procedures die door zowel de food- als de feed-certificeringsinstantie zijn geaccepteerd
- Traceerbaarheidssystemen die de twee stromen onafhankelijk van elkaar kunnen volgen
Of een combinatie daadwerkelijk is toegestaan, hangt mede af van de specifieke producten. Sommige feedgrondstoffen worden beschouwd als een risico voor foodproducten vanwege residuen van diergeneesmiddelen of specifieke allergenen. Een goede risicoanalyse is dan ook geen formaliteit, maar een inhoudelijke verplichting.
Welke certificering heb je nodig voor dry bulk opslag?
Voor de opslag van dry bulk producten in de voedingsmiddelen- en veevoersector zijn GMP+ en FSSC22000 de twee meest essentiële certificeringen. Welke van de twee je nodig hebt, hangt af van de bestemming van het product: menselijke consumptie vereist FSSC22000, diervoeding vereist GMP+. Wie beide stromen wil bedienen, heeft beide certificeringen nodig.
Dry bulk opslag brengt specifieke uitdagingen met zich mee die in beide certificeringssystemen terugkomen. Denk aan stofvorming, de gevoeligheid van bulkproducten voor vocht en schimmel, en de complexiteit van partijbeheer bij grote volumes. Een gecertificeerd warehouse moet voor al deze risico’s aantoonbare beheersmaatregelen hebben.
Aanvullend op de voedselveiligheidscertificeringen is SKAL-certificering relevant voor de opslag van biologische dry bulk producten. AEO-certificering is relevant wanneer de bulkgoederen internationaal verhandeld worden en douanecompliance een rol speelt in de keten.
Hoe HUSA Logistics helpt met food en feed certificering
Wij beschikken over meer dan 25 jaar ervaring in dry bulk logistiek en zijn gecertificeerd voor zowel food- als feedopslag. Onze dienstverlening is specifiek ingericht op bedrijven in de voedingsmiddelen- en veevoerindustrie die op zoek zijn naar een betrouwbare, gecertificeerde opslagpartner.
Wat wij bieden voor food en feed opslag:
- FSSC22000-gecertificeerd warehouse voor veilige opslag van voedingsmiddelen bestemd voor menselijke consumptie
- GMP+ gecertificeerde opslag voor diervoedergrondstoffen en mengvoeders
- SKAL-certificering voor biologische producten
- AEO-status voor internationale goederenstromen met douanecompliance
- Bewezen procedures voor het gecombineerd opslaan van food- en feedproducten met aantoonbare scheiding
- Flexibele handling van big bags, 25 kg zakken en bulksilo’s
Wil je weten of jouw product in aanmerking komt voor opslag in ons gecertificeerde warehouse? Vraag een offerte aan of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over jouw specifieke situatie.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen FSSC22000 en GMP+?
FSSC22000 is een voedselveiligheidsnorm voor producten bestemd voor menselijke consumptie. GMP+ is specifiek ontwikkeld voor de diervoedersector. Beide zijn GFSI-erkend, maar gelden voor verschillende schakels in de keten en kunnen niet door elkaar worden gebruikt.
Is GMP+ verplicht voor alle veevoerbedrijven?
GMP+ is niet wettelijk verplicht, maar in de praktijk is het een markteis. Gecertificeerde klanten in de diervoederketen mogen alleen samenwerken met GMP+-gecertificeerde partners, anders verliezen zij hun eigen certificering.
Kan een logistiek dienstverlener zowel food als feed opslaan?
Ja, mits het warehouse zowel FSSC22000 als GMP+ gecertificeerd is en beschikt over aantoonbare procedures om kruisbesmetting tussen de twee productstromen te voorkomen.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het om GMP+ of FSSC22000 certificering te behalen?
Het behalen van GMP+ of FSSC22000 certificering duurt gemiddeld tussen de drie en twaalf maanden, afhankelijk van de huidige staat van uw processen en documentatie. Het traject bestaat doorgaans uit een interne voorbereiding, een vooraudit en een definitieve certificeringsaudit door een erkende certificeringsinstantie. Het is verstandig om vooraf een GAP-analyse uit te voeren om te bepalen welke aanpassingen nog nodig zijn voordat u de officiële audit ingaat.
Wat zijn de meest voorkomende fouten bij de opslag van food en feed in één warehouse?
De meest gemaakte fout is het ontbreken van een gedocumenteerde en gevalideerde risicoanalyse die specifiek ingaat op de combinatie van food- en feedproducten in dezelfde opslagruimte. Andere veelvoorkomende fouten zijn onvoldoende fysieke scheiding van productstromen, incomplete reinigingsprotocollen tussen wisselingen van productcategorieën en ontbrekende traceerbaarheidsdocumentatie per partij. Deze tekortkomingen kunnen bij een audit direct leiden tot een non-conformiteit of zelfs schorsing van de certificering.
Wat gebeurt er als mijn logistieke partner niet GMP+ gecertificeerd is?
Als u als GMP+-gecertificeerd bedrijf samenwerkt met een niet-gecertificeerde logistieke partner, brengt u uw eigen certificering in gevaar. Het GMP+ ketenconcept vereist namelijk dat alle schakels in de diervoederketen aantoonbaar veilig werken, bij voorkeur via een eigen GMP+-certificering. Bij een audit kan het inschakelen van een niet-gecertificeerde partner worden aangemerkt als een kritieke non-conformiteit, met mogelijke schorsing of intrekking van uw certificaat als gevolg.
Geldt SKAL-certificering automatisch als een warehouse al FSSC22000 gecertificeerd is?
Nee, SKAL-certificering is een aparte, aanvullende certificering die specifiek vereist is voor de opslag van biologische producten onder de Europese biologische verordening (EU 2018/848). FSSC22000 dekt voedselveiligheid, maar stelt geen eisen aan de biologische integriteit van een product. Voor de opslag van gecertificeerd biologische grondstoffen moet het warehouse afzonderlijk bij SKAL zijn aangemeld en gecontroleerd.
Hoe werkt partijbeheer en traceerbaarheid in de praktijk bij dry bulk opslag?
Bij dry bulk opslag is traceerbaarheid extra uitdagend omdat producten vaak in grote volumes worden opgeslagen in silo's of op bulklocaties zonder vaste verpakking. In de praktijk vereisen zowel FSSC22000 als GMP+ dat elk inkomend lot wordt geregistreerd met een uniek partijnummer, leveranciersinformatie en relevante analysecertificaten. Een goed warehouse managementsysteem (WMS) dat partijregistratie, in- en uitboekingen en reinigingshistorie bijhoudt, is hierbij onmisbaar voor een succesvolle audit.
Hoe vaak worden gecertificeerde warehouses geauditeerd en wat wordt er gecontroleerd?
Gecertificeerde warehouses worden doorgaans jaarlijks extern geauditeerd door een erkende certificeringsinstantie, aangevuld met interne audits die het bedrijf zelf uitvoert. Tijdens een externe audit wordt gekeken naar de naleving van hygiëneprotocollen, de volledigheid van documentatie en registraties, plaagdierbeheersing, traceerbaarheid van partijen en de effectiviteit van het HACCP- of risicobeheersysteem. Onaangekondigde audits zijn bij sommige certificeringssystemen ook mogelijk, wat betekent dat processen altijd op orde moeten zijn.
Wat moet ik meenemen naar een eerste gesprek met een gecertificeerde opslagpartner?
Bereid u voor door een overzicht mee te nemen van de producten die u wilt opslaan, inclusief productcategorie (food of feed), verpakkingsvorm (big bags, zakken of bulk), gewenste opslagvolumes en eventuele specifieke certificeringseisen van uw klanten of afnemers. Hoe specifieker u kunt zijn over de bestemming van uw product en de keten waarin u opereert, hoe beter een logistieke partner kan beoordelen welke certificeringen en procedures van toepassing zijn op uw situatie.

© HUSA Logistics. All rights reserved