HUSA Logistics

Hoe werkt een feed-audit en waar moet je op letten?

Een feed-audit is een systematische inspectie waarbij wordt gecontroleerd of een bedrijf voldoet aan de wet- en regelgeving rondom de productie, opslag of verwerking van diervoeder. De audit toetst processen, documentatie en fysieke omstandigheden aan erkende normen zoals GMP+ of FSSC22000. Voor bedrijven actief in de dry bulk logistiek met voeder- en voedselproducten is kennis van dit proces onmisbaar. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over hoe een feed-audit werkt en wat je kunt verwachten.

Wat wordt er precies gecontroleerd tijdens een feed-audit?

Tijdens een feed-audit controleert de auditor of alle aspecten van de opslag, behandeling en administratie van diervoeder voldoen aan de geldende normen. De controle richt zich op drie hoofdgebieden: de fysieke locatie en infrastructuur, de operationele processen en de bijbehorende documentatie. Elk van deze gebieden wordt beoordeeld aan de hand van vastgestelde criteria binnen het toepasselijke certificeringsschema.

Concreet wordt er gekeken naar de volgende onderdelen:

  • Hygiëne en ongediertebeheersing: Is de locatie schoon, vrij van besmettingsrisico’s en zijn er aantoonbare preventieve maatregelen tegen ongedierte?
  • Scheiding van productstromen: Worden voedingsmiddelen en diervoeder gescheiden opgeslagen van niet-voedingsgerelateerde producten of gevaarlijke stoffen?
  • Temperatuur- en vochtigheidsbeheersing: Zijn de opslagomstandigheden passend voor de productcategorie, ook bij niet-temperatuurgevoelige goederen?
  • Traceerbaarheid: Kan elk product worden gevolgd van ontvangst tot aflevering via een sluitend registratiesysteem?
  • Personeel en training: Zijn medewerkers aantoonbaar opgeleid in voedselveiligheid en hygiëneprotocollen?
  • Documentatie en registraties: Zijn alle verplichte logboeken, inspectielijsten en leveranciersbeoordelingen up-to-date en toegankelijk?

Het is belangrijk te begrijpen dat een feed-audit niet alleen een momentopname is. Auditoren kijken ook naar de consistentie van processen over tijd. Ontbrekende of onvolledige registraties worden even zwaar gewogen als een fysieke tekortkoming op de locatie zelf.

Wie voert een feed-audit uit en wie is verantwoordelijk?

Een feed-audit wordt uitgevoerd door een gecertificeerde, onafhankelijke auditorganisatie die is erkend door het betreffende certificeringsschema, zoals GMP+ International of FSSC. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de normen ligt volledig bij het gecertificeerde bedrijf zelf, niet bij de auditor of de certificerende instelling.

In de praktijk zijn er twee soorten audits die door verschillende partijen worden uitgevoerd:

Externe certificeringsaudits

Deze worden uitgevoerd door een erkende certificatie-instelling, zoals een geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsorganisatie. De auditor is onafhankelijk en beoordeelt of het bedrijf voldoet aan de normen om een certificaat te behouden of te verkrijgen. Het resultaat kan leiden tot het uitreiken, bevestigen of intrekken van een certificaat.

Interne audits

Bedrijven zijn zelf verplicht om periodiek interne audits uit te voeren als onderdeel van hun kwaliteitsmanagementsysteem. Deze worden uitgevoerd door eigen medewerkers of ingehuurde specialisten die niet direct verantwoordelijk zijn voor het gecontroleerde proces. Interne audits dienen als voorbereiding op de externe audit en als instrument voor continue verbetering.

De eindverantwoordelijkheid voor het naleven van alle normen ligt bij het management van het bedrijf. De directie moet aantoonbaar betrokken zijn bij het kwaliteitsbeleid en de opvolging van auditbevindingen.

Hoe verloopt het auditproces stap voor stap?

Een feed-audit verloopt doorgaans in vier opeenvolgende fasen: de voorbereiding, de openingsvergadering, de feitelijke inspectie en de afsluitende vergadering met rapportage. Het gehele proces duurt, afhankelijk van de omvang van de locatie en het certificeringsschema, meestal één tot twee dagen.

  1. Aankondiging en voorbereiding: De auditor kondigt de audit van tevoren aan en stuurt een auditplan. Het bedrijf bereidt alle relevante documentatie voor en zorgt dat de juiste medewerkers beschikbaar zijn.
  2. Openingsvergadering: De auditor introduceert het programma, verduidelijkt de scope en beantwoordt vragen. Dit is ook het moment om eventuele wijzigingen in processen of certificeringsomvang te bespreken.
  3. Documentatiebeoordeling: De auditor controleert alle relevante registraties, procedures, risicoanalyses en eerdere auditverslagen op volledigheid en actualiteit.
  4. Fysieke inspectie: De locatie wordt bezocht. De auditor inspecteert opslagruimten, laad- en losgebieden, hygiënevoorzieningen en operationele processen, en stelt medewerkers gerichte vragen.
  5. Bevindingen en afsluitende vergadering: De auditor presenteert de bevindingen mondeling. Tekortkomingen worden ingedeeld als kleine afwijkingen of majeure non-conformiteiten. Het bedrijf krijgt de gelegenheid om te reageren.
  6. Schriftelijk auditrapport: Na de audit volgt een formeel rapport met alle bevindingen. Het bedrijf moet binnen een vastgestelde termijn een correctief actieplan indienen voor eventuele afwijkingen.

Wat zijn de meest voorkomende tekortkomingen bij een feed-audit?

De meest voorkomende tekortkomingen bij een feed-audit zijn onvolledige of verouderde documentatie, onvoldoende traceerbaarheid van productstromen en gebreken in de hygiëne- of scheidingsprocedures. Deze drie categorieën zijn verantwoordelijk voor het overgrote deel van de non-conformiteiten die auditoren in de praktijk aantreffen.

Andere veelvoorkomende tekortkomingen zijn:

  • Ontbrekende of niet-actuele leveranciersbeoordelingen en inkoopregistraties
  • Onvoldoende bewijs van medewerkerstraining op het gebied van voedselveiligheid
  • Gebrekkige ongediertebeheersing, inclusief ontbrekende inspectielijsten
  • Risicoanalyses die niet zijn bijgewerkt na proceswijzigingen
  • Onduidelijke scheiding tussen gecertificeerde en niet-gecertificeerde productstromen
  • Interne auditverslagen die niet zijn opgevolgd met aantoonbare correctieve acties

Een veelgemaakte denkfout is dat tekortkomingen alleen betrekking hebben op de fysieke staat van een locatie. In de praktijk worden juist administratieve gebreken het vaakst aangemerkt als non-conformiteit, omdat ze duiden op een structureel gebrek aan beheer van het kwaliteitssysteem.

Wanneer is een feed-audit verplicht en voor wie geldt dat?

Een feed-audit is verplicht voor elk bedrijf dat actief is in de productie, opslag, transport of handel van diervoeder en daarvoor een erkend certificaat wil behouden, zoals GMP+ of FSSC22000. Daarnaast kan een klant of opdrachtgever contractueel een audit verplicht stellen, ook als er geen wettelijke verplichting bestaat.

Vanuit de Europese regelgeving geldt dat bedrijven die diervoeder in omloop brengen zich moeten registreren bij de bevoegde autoriteit en moeten voldoen aan de eisen uit Verordening (EG) nr. 183/2005. Deze verordening legt de basis voor hygiëne-eisen in de diervoederketen en vormt de juridische grondslag voor veel certificeringsschema’s.

Specifiek geldt een feed-audit voor:

  • Producenten van mengvoeders en premixen
  • Opslagbedrijven en logistieke dienstverleners die diervoeder opslaan of overslaan
  • Transporteurs van diervoeder in bulk of verpakte vorm
  • Handelaren en makelaars in diervoedergrondstoffen

De auditfrequentie is afhankelijk van het certificeringsschema en het risiconiveau van de activiteiten. Onder GMP+ geldt doorgaans een jaarlijkse externe audit, aangevuld met onaangekondigde controles bij verhoogd risico.

Hoe bereid je een locatie optimaal voor op een feed-audit?

De optimale voorbereiding op een feed-audit begint niet een week voor de inspectie, maar is een doorlopend proces van documentatiebeheer, interne controles en medewerkersbewustzijn. Bedrijven die continu werken aan hun kwaliteitssysteem ervaren een feed-audit als een bevestiging van hun werkwijze in plaats van een stressvolle keuring.

Praktische stappen voor een goede voorbereiding:

  • Voer tijdig een interne audit uit: Plan een interne audit minimaal zes tot acht weken voor de externe audit. Dit geeft voldoende tijd om bevindingen op te lossen en correctieve acties te documenteren.
  • Controleer de documentatie op volledigheid: Ga na of alle procedures, registraties en risicoanalyses actueel zijn en aansluiten bij de huidige werkwijze op de vloer.
  • Zorg voor aantoonbare opvolging van eerdere bevindingen: Auditoren controleren altijd of afwijkingen uit de vorige audit structureel zijn opgelost, niet alleen tijdelijk.
  • Betrek medewerkers actief: Zorg dat medewerkers op de werkvloer de kernprocedures kennen en kunnen uitleggen. Een auditor stelt regelmatig vragen aan operators of magazijnpersoneel.
  • Inspecteer de fysieke locatie met een kritisch oog: Loop de opslagruimten, laaddocks en hygiënevoorzieningen door alsof je zelf de auditor bent. Let op scheidingen, labeling en staat van onderhoud.
  • Zorg dat leveranciersdossiers op orde zijn: Controleer of alle leverancierscertificaten geldig zijn en dat inkoopregistraties aansluiten bij de ontvangen partijen.

Hoe HUSA Logistics helpt met Food & Feed opslag

Voor bedrijven die op zoek zijn naar een gecertificeerde opslagpartner voor voedingsmiddelen en diervoeder bieden wij een complete oplossing vanuit onze locatie in Veendam. Ons magazijn van 66.500 m² is specifiek ingericht voor de hygiënische opslag van dry bulk producten en voldoet aan de hoogste normen in de sector.

Wat wij bieden voor Food & Feed opslag:

  • GMP+ en FSSC22000 gecertificeerde opslag voor diervoeder en voedingsgrondstoffen
  • SKAL-gecertificeerde faciliteiten voor biologische producten
  • Meer dan 25 jaar ervaring in dry bulk logistiek, inclusief big bags, 25 kg zakken en bulksilo’s
  • Volledige traceerbaarheid van ontvangst tot aflevering, afgestemd op de eisen van een feed-audit
  • Multimodale bereikbaarheid via spoor, weg en water voor efficiënte aan- en afvoer

Wij denken graag mee over hoe onze faciliteiten aansluiten bij jouw certificeringsvereisten en supply chain opzet. Neem contact op via onze contactpagina of vraag direct een offerte aan voor een persoonlijk logistiek advies.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een feed-audit gemiddeld?

Een feed-audit duurt doorgaans één tot twee dagen, afhankelijk van de omvang van de locatie en het certificeringsschema. Kleine opslaglocaties kunnen binnen een halve dag worden geauditeerd, terwijl grotere productie- of logistieke faciliteiten twee volledige dagen in beslag kunnen nemen.

Mag je een feed-audit onaangekondigd krijgen?

Ja. Binnen sommige certificeringsschema’s, waaronder GMP+, zijn onaangekondigde audits mogelijk, met name bij een verhoogd risicoprofiel of na eerdere majeure non-conformiteiten. De meeste reguliere certificeringsaudits worden echter van tevoren aangekondigd.

Wat gebeurt er als je een feed-audit niet haalt?

Bij een majeure non-conformiteit krijgt het bedrijf een vastgestelde termijn om correctieve maatregelen te treffen en te documenteren. Wordt de afwijking niet tijdig opgelost, dan kan het certificaat worden geschorst of ingetrokken. Kleine afwijkingen leiden doorgaans tot een verbeterplan zonder directe gevolgen voor het certificaat.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen GMP+ en FSSC22000 voor diervoederopslag?

GMP+ is een sectorspecifiek certificeringsschema dat volledig is ontwikkeld voor de diervoederketen en wereldwijd erkend wordt door afnemers in de agrarische sector. FSSC22000 is een bredere voedingsveiligheidsstandaard die zowel voor voedingsmiddelen als diervoeder toepasbaar is en gebaseerd is op ISO 22000. De keuze hangt af van de eisen van jouw klanten en de aard van de producten die je opslaat of verwerkt; sommige bedrijven kiezen ervoor om beide certificeringen te combineren om aan alle klantvereisten te voldoen.

Hoe lang moet je documentatie bewaren voor een feed-audit?

Onder GMP+ en de Europese diervoederregelgeving (Verordening (EG) nr. 183/2005) geldt doorgaans een minimale bewaartermijn van vijf jaar voor registraties zoals ontvangstbewijzen, leveranciersbeoordelingen en traceerbaarheidslogboeken. Voor sommige documenten, zoals risicoanalyses en auditverslagen, is het verstandig deze nog langer te bewaren zodat je bij een volgende audit de historische opvolging kunt aantonen. Controleer altijd de specifieke bewaartermijnen in het certificeringsschema dat op jouw bedrijf van toepassing is.

Kan een logistieke dienstverlener ook verantwoordelijk worden gesteld voor non-conformiteiten van zijn klanten?

Een gecertificeerde logistieke dienstverlener is verantwoordelijk voor de naleving van de normen binnen zijn eigen bedrijfsvoering, niet voor de certificeringsstatus van zijn klanten. Wel kan een auditor beoordelen of de dienstverlener voldoende controle uitoefent op de producten die hij ontvangt, opslaat of verzendt, inclusief het opvragen van geldige certificaten van leveranciers en opdrachtgevers. Het is daarom belangrijk dat opslagpartners en verladers duidelijke contractuele afspraken maken over ieders verantwoordelijkheden binnen de diervoederketen.

Wat moet je doen als een leverancier geen geldig GMP+ of FSSC22000 certificaat heeft?

Als een leverancier niet over het vereiste certificaat beschikt, ben je als gecertificeerd bedrijf verplicht om een risicogebaseerde beoordeling uit te voeren voordat je producten van die leverancier accepteert. Dit kan betekenen dat je aanvullende audits of inspecties bij de leverancier uitvoert, specifieke garanties of verklaringen opvraagt, of de samenwerking beperkt tot niet-kritische productcategorieën. Documenteer deze afweging zorgvuldig, want auditoren controleren actief of leveranciersbeheer consistent en aantoonbaar is uitgevoerd.

Hoe ga je om met seizoensgebonden medewerkers of uitzendkrachten tijdens een feed-audit?

Tijdelijke en uitzendkrachten vallen onder dezelfde trainingsvereisten als vaste medewerkers; een auditor maakt geen onderscheid op basis van contractvorm. Zorg ervoor dat alle tijdelijke medewerkers een aantoonbare introductietraining in voedselveiligheid en hygiëneprotocollen hebben gevolgd vóórdat ze zelfstandig aan het werk gaan, en leg dit vast in een registratiesysteem. Een veelgemaakte fout is dat trainingsregistraties van uitzendkrachten worden bijgehouden door het uitzendbureau maar niet beschikbaar zijn op de locatie zelf; zorg dat je altijd een eigen kopie bewaart.

Is een feed-audit ook vereist als je alleen verpakte diervoeders opslaat en niet met bulk werkt?

Ja, de certificeringsverplichting geldt ongeacht of producten verpakt of onverpakt worden opgeslagen, zolang het om diervoeder gaat dat in de handelsketen wordt gebracht. De specifieke eisen rondom hygiëne en scheiding kunnen bij verpakte producten minder intensief zijn dan bij open bulk, maar de kernvereisten voor traceerbaarheid, documentatie en leveranciersbeheer blijven volledig van toepassing. Controleer bij jouw certificerende instelling welke modulespecifieke eisen gelden voor jouw specifieke activiteit.

Hoe kies je een geschikte opslagpartner die klaar is voor een feed-audit?

Let bij de selectie van een gecertificeerde opslagpartner op actuele en aantoonbare certificeringen zoals GMP+ en FSSC22000, een transparant traceerbaarheidssysteem en een bewezen trackrecord met externe audits. Vraag de partner naar de uitkomsten van recente auditverslagen en hoe non-conformiteiten zijn opgevolgd; een professionele partner deelt deze informatie open. Controleer ook of de faciliteiten fysiek zijn ingericht op de scheiding van productstromen die voor jouw specifieke producten vereist is.

Vertel ons over uw opdracht

Kom met ons in contact om samen uw mogelijkheden te bespreken.

Bent u er al over uit dan kunt u ook direct een offerte bij ons aanvragen.

Neem contact op Vraag een offerte aan
© HUSA Logistics. All rights reserved
Ontwikkeld door: Convident