HUSA Logistics

Wat zijn de eisen aan een food-gecertificeerd magazijn?

Een food-gecertificeerd magazijn moet voldoen aan een combinatie van internationale voedselveiligheidsnormen, fysieke inrichtingseisen en strenge documentatieverplichtingen. De meest relevante certificeringen voor voedselopslag in Nederland zijn FSSC22000 en, voor diervoeding, GMP+. Welke certificeringen verplicht zijn, hangt af van het type product dat je opslaat en de eisen die jouw afnemers stellen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over gecertificeerde voedselopslag, van de basisvereisten tot het kiezen van de juiste logistieke partner.

Welke certificeringen zijn verplicht voor voedselopslag?

Er bestaat geen wettelijke verplichting die één specifieke certificering voor voedselopslag voorschrijft, maar in de praktijk zijn FSSC22000 en BRC Storage & Distribution de meest gevraagde normen voor de opslag van voedingsmiddelen. Voor diervoeder is GMP+ in Nederland de de facto standaard. Afnemers, retailers en levensmiddelenfabrikanten stellen certificering steeds vaker als contractuele voorwaarde.

Welke certificering je nodig hebt, hangt af van drie factoren:

  • Het type product: menselijke voeding vraagt om FSSC22000 of BRC, diervoeding om GMP+.
  • De eisen van je afnemers: grote retailers en levensmiddelenfabrikanten schrijven vaak een specifieke norm voor.
  • De activiteiten in het magazijn: puur opslaan stelt andere eisen dan herverpakken of bewerken.

Naast de voedselveiligheidsnormen kunnen aanvullende certificeringen relevant zijn. AEO (Authorised Economic Operator) is relevant voor bedrijven die internationaal handelen en snelle douaneafhandeling willen. SKAL-certificering is verplicht als je biologische producten opslaat. Voor dry bulk logistiek van voedings- en voedermiddelen zijn FSSC22000 en GMP+ samen de meest complete combinatie.

Wat houdt FSSC22000-certificering voor een magazijn in?

FSSC22000 (Food Safety System Certification 22000) is een internationaal erkend voedselveiligheidsmanagementsysteem dat gebaseerd is op ISO 22000 en aangevuld met sectorspecifieke vereisten. Voor een magazijn betekent deze certificering dat het opslagbedrijf aantoonbaar beheerst hoe voedselveiligheidsrisico’s worden geïdentificeerd, voorkomen en gemonitord gedurende de gehele opslagperiode.

Concreet verplicht FSSC22000 een magazijn tot het volgende:

  • Een gedocumenteerd voedselveiligheidsmanagementsysteem met vastgestelde verantwoordelijkheden.
  • Een HACCP-analyse (Hazard Analysis and Critical Control Points) toegespitst op de opslagactiviteiten.
  • Beheersing van zogeheten prerequisite programmes (PRPs), waaronder hygiëne, plaagdierbeheersing, onderhoud en afvalverwerking.
  • Periodieke interne audits en jaarlijkse externe certificeringsaudits door een geaccrediteerde certificeringsinstantie.
  • Continue verbetering via managementreviews en correctieve maatregelen bij afwijkingen.

FSSC22000 is erkend door de Global Food Safety Initiative (GFSI), wat betekent dat de norm wereldwijd wordt geaccepteerd door grote levensmiddelenbedrijven. Voor een opslagbedrijf dat werkt met meerdere internationale klanten is dit een belangrijk voordeel ten opzichte van nationale normen.

Wat zijn de fysieke eisen aan een food-grade opslagruimte?

Een food-grade opslagruimte moet zodanig zijn ingericht dat kruisbesmetting, plaagdieren en fysieke verontreinigingen worden voorkomen. De fysieke eisen vloeien voort uit de toepasselijke certificeringsnorm, maar er zijn basisvereisten die voor elke gecertificeerde voedselopslag gelden.

De belangrijkste fysieke eisen zijn:

  • Scheiding van productstromen: voedingsmiddelen mogen niet samen worden opgeslagen met niet-voedingsmiddelen of gevaarlijke stoffen, tenzij er aantoonbare fysieke barrières zijn.
  • Vloerafwerking en wanden: vloeren moeten glad, reinigbaar en vrij van scheuren zijn om ophoping van vuil en bacteriegroei te voorkomen.
  • Ventilatie en luchtkwaliteit: voldoende luchtcirculatie om condensvorming te beperken, met name relevant voor droge bulkproducten zoals meel, suiker en melkpoeder.
  • Plaagdierbeheersing: een actief monitoringsprogramma met gedocumenteerde inspecties en afdichting van openingen in de gebouwschil.
  • Verlichting: voldoende verlichte werkruimten met beschermde armaturen om glasbreuk in productstromen te voorkomen.
  • Toegangscontrole: beperkte toegang voor onbevoegden en een registratiesysteem voor bezoekers en leveranciers.

Voor droge bulkopslag gelden specifiek aanvullende eisen rondom vochtigheidsbeheersing. Producten zoals melkpoeder en aardappelzetmeel zijn gevoelig voor vochtopname, waardoor de relatieve luchtvochtigheid in het magazijn actief bewaakt moet worden. Silo’s en big bags moeten worden opgeslagen op een manier die direct grondcontact en ophoping van stof voorkomt.

Hoe verschilt GMP+ van FSSC22000 voor diervoederopslag?

GMP+ is specifiek ontwikkeld voor de diervoederketen en stelt eisen aan de veiligheid van diervoeder gedurende de gehele keten, van grondstof tot eindproduct. FSSC22000 richt zich primair op voedingsmiddelen voor menselijke consumptie. Het fundamentele verschil zit in de scope: GMP+ is een ketennorm waarbij alle schakels, inclusief transporteurs en opslagbedrijven, gecertificeerd moeten zijn.

GMP+ als ketenverplichting

Binnen GMP+ zijn opslagbedrijven verplicht om uitsluitend samen te werken met andere GMP+-gecertificeerde partners voor het transport en de levering van diervoeders. Dit maakt de norm strenger in de praktische uitvoering: je kunt als gecertificeerd opslagbedrijf niet zomaar een niet-gecertificeerde transporteur inschakelen voor GMP+-producten. De keten is daarmee aantoonbaar geborgd van begin tot eind.

Inhoudelijke verschillen in eisen

GMP+ legt specifieke nadruk op de beheersing van ongewenste stoffen in diervoeder, zoals mycotoxinen, dioxines en zware metalen. De norm schrijft voor welke analyses verplicht zijn en hoe afwijkingen moeten worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteiten. FSSC22000 kent vergelijkbare HACCP-verplichtingen, maar is minder prescriptief over de specifieke gevaren die geanalyseerd moeten worden. Voor bedrijven die zowel voedingsmiddelen als diervoeder opslaan, biedt het combineren van beide certificeringen de meest volledige dekking.

Welke documentatie- en traceerbaarheidseisen gelden voor gecertificeerde magazijnen?

Gecertificeerde magazijnen zijn verplicht om volledige traceerbaarheid te garanderen: van ontvangst tot aflevering moet elk product op elk moment te herleiden zijn tot zijn herkomst en bestemming. Dit vereist een systematisch vastgelegd documentatiebeheer dat bij een audit direct beschikbaar is.

De minimale documentatieverplichtingen omvatten:

  • Ontvangstregistraties: datum, leverancier, partijnummer, hoeveelheid en eventuele kwaliteitscontroles bij binnenkomst.
  • Opslagregistraties: locatie in het magazijn, opslagcondities (temperatuur, vochtigheid indien van toepassing) en eventuele afwijkingen.
  • Afleverbonnen: datum, ontvanger, partijnummer en hoeveelheid per uitlevering.
  • Reinigings- en desinfectielogboeken: bewijs dat hygiëneprotocollen zijn uitgevoerd op de vastgestelde frequentie.
  • Plaagdierrapportages: resultaten van inspecties en uitgevoerde maatregelen.
  • Non-conformiteitenregistraties: vastlegging van afwijkingen en de genomen correctieve acties.

Traceerbaarheid moet in beide richtingen werken: zowel voorwaarts (van grondstof naar klant) als achterwaarts (van klant terug naar grondstof). Certificeringsnormen vereisen dat je binnen een vastgestelde termijn, doorgaans vier uur, een volledige traceerbaarheidstest kunt uitvoeren. Digitale warehouse management systemen (WMS) ondersteunen dit proces aanzienlijk, maar ook papieren systemen zijn toegestaan zolang ze volledig en aantoonbaar up-to-date zijn.

Hoe kies je een gecertificeerde logistieke partner voor voedselopslag?

Bij het kiezen van een gecertificeerde logistieke partner voor voedselopslag zijn de juiste certificeringen een noodzakelijke voorwaarde, maar niet de enige factor. De partner moet ook aantonen dat de certificeringen actief worden nageleefd en dat de operationele processen aansluiten op jouw specifieke producteisen.

Let bij de selectie op de volgende criteria:

  • Actuele certificeringen: vraag altijd om het meest recente certificaat en controleer de geldigheid. Certificaten worden jaarlijks geauditeerd.
  • Sectorervaring: een partner met aantoonbare ervaring in jouw productcategorie kent de specifieke risico’s en vereisten.
  • Fysieke infrastructuur: bezoek het magazijn en beoordeel de staat van de opslagruimtes, de scheiding van productstromen en de hygiënische inrichting.
  • Traceerbaarheidssystemen: vraag hoe de partner traceerbaarheid borgt en hoe snel zij een traceerbaarheidstest kunnen uitvoeren.
  • Transparantie over audits: een betrouwbare partner deelt auditresultaten en non-conformiteitenregistraties op verzoek.
  • Flexibiliteit: kan de partner omgaan met wisselende volumes, seizoenspieken of specifieke verpakkingsvormen zoals big bags, zakken of bulk?

Een gecertificeerde partner biedt meer zekerheid dan een niet-gecertificeerde, maar de kwaliteit van de samenwerking hangt uiteindelijk af van de consistentie waarmee de normen in de dagelijkse praktijk worden toegepast.

Hoe HUSA Logistics helpt met food-gecertificeerde opslag

Wij bieden gecertificeerde opslag voor zowel voedingsmiddelen als diervoeder vanuit ons 66.500 m² grote magazijn in Veendam. Met meer dan 25 jaar ervaring in dry bulk logistiek kennen wij de eisen van de voedings- en veevoerindustrie van binnen en buiten. Onze faciliteiten zijn FSSC22000, GMP+, SKAL en AEO gecertificeerd, wat betekent dat jouw producten aantoonbaar veilig worden opgeslagen en behandeld.

Wat wij concreet bieden voor food & feed opslag:

  • Gecertificeerde opslag van droge bulkproducten zoals suiker, melkpoeder en aardappelzetmeel.
  • Omzetting van big bags of 25 kg zakken naar bulk silo en omgekeerd, volledig binnen de certificeringseisen.
  • Volledige traceerbaarheid van ontvangst tot aflevering via ons warehouse management systeem.
  • Actieve plaagdierbeheersing, reinigingsprotocollen en gedocumenteerde hygiënecontroles.
  • Multimodale aanvoer en afvoer via spoor, weg en water, wat flexibiliteit biedt in de supply chain.

Ben je op zoek naar een betrouwbare partner voor de opslag van voedings- of voedermiddelen? Vraag een offerte aan of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over jouw opslagbehoeften.

Veelgestelde vragen

Is FSSC22000 ook geldig voor diervoederopslag?

FSSC22000 is primair gericht op voedingsmiddelen voor menselijke consumptie. Voor diervoederopslag is GMP+-certificering de erkende norm in Nederland. Bedrijven die beide productcategorieën opslaan, combineren doorgaans beide certificeringen.

Hoe lang duurt het om een food-certificering te behalen?

De doorlooptijd hangt af van de huidige staat van je kwaliteitsmanagementsysteem. In de praktijk rekenen bedrijven op zes tot twaalf maanden voorbereiding voordat een externe audit succesvol kan worden afgerond.

Mag een gecertificeerd magazijn ook niet-voedingsproducten opslaan?

Ja, mits er een aantoonbare fysieke scheiding is tussen voedingsproducten en andere goederen. De certificeringsnormen vereisen dat kruisbesmetting structureel wordt voorkomen en gedocumenteerd is in het risicobeheerssysteem.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de kosten van het behalen en onderhouden van een FSSC22000- of GMP+-certificering?

De kosten bestaan uit twee onderdelen: de interne voorbereidingskosten (tijd, personeel en eventueel een externe consultant) en de externe auditkosten van de certificeringsinstantie. Voor een middelgroot magazijn liggen de jaarlijkse auditkosten doorgaans tussen de €2.000 en €6.000, afhankelijk van de omvang van de activiteiten en de gekozen certificeringsinstantie. De interne kosten voor systeemopbouw en onderhoud variëren sterk per bedrijf, maar zijn structureel: certificeringen vereisen continue naleving, niet alleen inspanning rond de auditdatum.

Wat gebeurt er als een gecertificeerd magazijn een non-conformiteit krijgt tijdens een audit?

Een non-conformiteit betekent niet automatisch dat een certificaat wordt ingetrokken. Certificeringsinstanties onderscheiden doorgaans tussen kleine afwijkingen (minor non-conformities) en ernstige tekortkomingen (major non-conformities). Bij een minor non-conformiteit krijgt het bedrijf een vastgestelde termijn om een correctief actieplan in te dienen en de afwijking te verhelpen. Een major non-conformiteit of een reeks ongecorrigeerde minors kan leiden tot schorsing of intrekking van het certificaat, waarna een hercertificeringsaudit nodig is.

Hoe controleer ik of een logistieke partner daadwerkelijk een geldig certificaat heeft?

Vraag altijd om het originele certificaat inclusief de bijbehorende scope-omschrijving, en controleer de geldigheid en de naam van de geaccrediteerde certificeringsinstantie. Voor FSSC22000 kun je certificaten verifiëren via de publieke database op de website van FSSC. GMP+-certificaten zijn te controleren via de GMP+ International-database op gmpplus.org. Let er specifiek op dat de scope van het certificaat overeenkomt met jouw productcategorie en opslagactiviteiten, want een certificaat voor opslag van droge ingrediënten dekt niet automatisch gekoelde of bevroren producten.

Is SKAL-certificering verplicht als ik biologische voedingsproducten laat opslaan bij een derde partij?

Ja, als een logistieke dienstverlener biologische producten opslaat of verwerkt namens een biologisch gecertificeerd bedrijf, moet die dienstverlener zelf ook SKAL-gecertificeerd zijn. Dit geldt ook voor tussenopslag en overslag. Zonder SKAL-certificering bij de opslagpartner verliest het product formeel zijn biologische status, wat verstrekkende gevolgen kan hebben voor de afzetbaarheid en de certificering van de producteigenaar zelf.

Welke vragen moet ik stellen bij een rondleiding door een potentieel food-gecertificeerd magazijn?

Vraag specifiek naar de meest recente auditrapportage en hoe openstaande non-conformiteiten zijn afgehandeld. Controleer ter plaatse de scheiding van productstromen, de staat van vloeren en wanden, de zichtbaarheid van plaagdiermonitoringspunten en de aanwezigheid van reinigingslogboeken. Vraag daarnaast hoe snel zij een traceerbaarheidstest kunnen uitvoeren en of zij bereid zijn dit live te demonstreren. Een betrouwbare partner heeft hier geen moeite mee en beschouwt transparantie als onderdeel van de samenwerking.

Kan een magazijn gecertificeerd zijn voor slechts een deel van zijn opslagcapaciteit?

Ja, de scope van een certificering kan beperkt zijn tot een specifiek gedeelte van het magazijn of tot bepaalde productcategorieën. Dit is wettelijk toegestaan, maar het is essentieel om als opdrachtgever te verifiëren dat jouw producten daadwerkelijk binnen de gecertificeerde scope worden opgeslagen. Vraag de logistieke partner expliciet te bevestigen welke hal, silo of opslagzone onder het certificaat valt, en leg dit contractueel vast.

Hoe gaat een gecertificeerd magazijn om met een terugroepactie of voedselveiligheidsincident?

Gecertificeerde magazijnen zijn verplicht een gedocumenteerde crisisbeheers- en terugroepprocedure te hebben die regelmatig wordt getest via zogenoemde mock recalls. Bij een incident wordt de betrokken partij geïdentificeerd via het traceerbaarheidssysteem, waarna producten worden geblokkeerd en de relevante partijen, waaronder klanten en bevoegde autoriteiten, worden geïnformeerd. De snelheid en nauwkeurigheid van deze procedure is direct afhankelijk van de kwaliteit van de dagelijkse registraties; een goed ingericht WMS maakt het verschil tussen een gecontroleerde terugroepactie en een operationele crisis.

Vertel ons over uw opdracht

Kom met ons in contact om samen uw mogelijkheden te bespreken.

Bent u er al over uit dan kunt u ook direct een offerte bij ons aanvragen.

Neem contact op Vraag een offerte aan
© HUSA Logistics. All rights reserved
Ontwikkeld door: Convident